04 – Onopgemerkt

Als je onopgemerkt wil zijn, zijn er altijd fotografen om je heen. Fee wringt zich doorheen deze grote receptie tot ze een plaats aan de bar vindt, waar ze halt kan houden. Het is belangrijk om een houvast te hebben om ongemerkt te blijven. Halt houden is een onderschatte beleving in het leven, alsof halt houden ons van het leven afscheurt, ons naar een duistere afgrond brengt als we niet snel reageren. Niemand haalt het toch in zijn hoofd om stil te staan op een snelweg.
Halt houden is geen onopgemerkte bezigheid en de fotografe lacht en grapt. Ze ziet in Fee’s houding aan de bar een pose om gefotografeerd te worden. 
Nee, knikt Fee gevleid.
Misschien wil ze wel op de foto, maar dan toch liever onopgemerkt. 
Ik heb me ingehouden, ik heb me ingehouden, zegt ze de fotografe herhalend.
Haar hoofd en haar voeten zijn in onevenwicht. Een deel wil stilstaan en een deel herinnert haar aan de gevolgen van stilstaan. Fee heeft schrik dat de ogen, die haar schalks aankijken, vanuit de hoeken van de oogkasten, zich zullen losrukken, en zich zwevend doorheen de mensenmassa toch de gewenste foto zullen maken. Maar die schrik is ongegrond. Fee beseft dat ze te maken heeft met een vrouwelijk aanpak. Niets is ongewenst.
Na een half uur loopt Fee bekende mensen tegen het lijf en wordt haar situatie een beetje ongemakkelijk. Ze probeert een gesprek aan te pappen, maar heeft geen idee waarover het te hebben. Dan maar een glas bestellen, een bezigheid lost haar onbegrepen gevoelens op en ze slentert rond op deze receptie zoals ze dit in de stad doet. De vele onbegrijpelijke talen van Brussel componeren dagelijks een wereldse symphonie, waardoor een schat van ongrijpbare verhalen ontstaan, vaak miskende verhalen en Brussel glijdt af tot de meest misvatte stad van de wereld. Maar die vreemde verhalen doorprikken ons beeld van deze stad, dit land, deze wereld, met het drukke leven dat ze herbergt. Ze wast de waas van onze blik af, bekijkt en interpreteert het beeld ondersteboven zoals een kind dat zonder moeite kan doen, maar volwassenen van zich afschudden omdat het niet coherent is met hun waarheid. Hoe zou Brussel eruit kunnen zien zonder al haar buitenlandse invloeden. Ze heeft geen antwoord, maar wel een voorkeur voor de bonte mengeling.
Met haar glas in de hand staart de de donkere nacht in. De stad buiten slorpt haar op, ze isoleert haar van de receptie. Toch voelt ze plots de nabijheid van de fotografe. Hun ogen kruisen en het geeft haar de kans het beeld te nemen dat ze wou.
Ik hou van Brussel, zegt ze tegen de fotografe.
Je houdt pas van een stad als je er de liefde vindt, fluister de fotografe haar toe en verdwijnt in de massa.