Een ondergronds wereld

10

Een maand nadat ik nieuwjaar heb gevierd in New Delhi ben ik terug in de hoofdstad. Hetzelfde jeugdhotel. Mijn laatste wandeling in de buurt. Idem als een maand geleden. Straks in Brussel zal in moeten nadenken en werken aan mijn nieuwe uitdagingen. Waar zal ik heengaan? Where do you go?, was een veel voorkomende vraag in Indië. I don’t know, do you? Was mijn antwoord. Maar misschien is dat ook wel goed. Het brengt me naar streken waar ik nooit ben geweest. Doet het me kijken waar niemand naar gekeken heeft.

Ik besteed mijn allerlaatste dag met een zoektocht in New Dehli naar een nieuwe lens en ik kom in een ondergronds winkelcentrum terecht waar je nauwelijks het bestaan bovengronds zou kunnen inbeelden. Een kluwen van kleine winkeltjes en het krioelt er van mensen, verkopers, koper, koeriers die hopen op hun aandeel. Hier geen toeristen. Sommige Indiërs voelen zich ongemakkelijk mij hier met mijn fototoestel zien rondlopen. Niet voor eventuele foto’s, omwille van diefstal. Ik denk dat het allemaal een beetje overdreven is, mensen nu niet eenmaal angstige wezens. Ik ontdek een heel ander deel van New Delhi. Een wereld waar mensen krioelen in een ondergrondse met afgedankte computers. Mensen die alles verkopen en repareren. Wat gebeurt hier eigelijk? Alsof een geheime vennootschap bezig is met iets wat de wereld niet mag weten, waarin ik rondloop met een onrustig kloppend hart. Een koerier brengt me dieper en dieper in deze wereld naar een hersteller. Hij kan mijn lens herstellen maar enkel tegen morgen ochtend en dan zit ik al lang terug op mijn vliegtuig naar België. En dan overvalt me toch een beetje angst, want ik moet mijn weg terugvinden uit dit doolhof.