Diavata

2

Juli 2016. Ik stap het vluchtelingenkamp van Diavata, een klein dorp in de nabijheid van Thessaloniki, binnen en onmiddellijk merk ik de tranende vermoeidheid van de wachtende mensen op. Het is snikheet, stofferig en de vele tenten staan in de blakende zon. Mensen kijken je versuft aan, maar knikken vriendelijk terug als ik dag zeg.

Diavata

Een maand geleden opent mijn vriendin me de ogen. De laksheid van de Europese staten is beschamend. Bij haar vertrek naar de grenszone Indomeni, waar een spontaan tentenkamp ontstond door het sluiten van de grenzen tussen Griekenland en Macedonië, laat ze me verward achter. Wekelijks bellen we elkaar een paar keer en ik beleef haar verontwaardiging door haar woorden. Ik sta voor de beslissing om mijn vakantie te plannen, mijn relatie met haar loopt op de klippen, mijn aanwezigheid in Brussel beklemt me. Ik boek me een ticket voor Thessaloniki.

Kinderen stormen enthousiast op ons af. De gekende vrijwilligers worden met open armen ontvangen. De jonge vrijwilligers beginnen te dansen, te zingen met de kinderen vooraleer ze tekenpapier bovenhalen. Ik kan met mijn beperkte kennis van circustechnieken iets nieuws toevoegen, wat veilige grond acrobatie en jongleren. Ik dacht oorspronkelijk aan een documentaire, maar ik was te weinig voorbereid. Ik zal hier één maand blijven.

Diavata is een van de vele kampen in Griekenland (zo’n 50-tal volgens een document van Praksis, een Griekse NGO voor medische hulp), waar zo’n 1.400 mensen vast zitten op 57.000 vluchtelingen verspreid over het hele land, voornamelijk Syriërs in afwachting van hun relocatie naar een Europees lidstaat (het EU spreidingsplan of de belofte om 160.000 vluchtelingen vanuit Griekenland en Italië naar de Europese lidstaten te huisvesten). Maar dat zijn de officiële cijfers. Velen leven in parken of op straat, ongeregistreerd. Sommigen willen helemaal niet naar een kamp. De vluchtelingen zijn verplicht om naar een van deze kampen te komen om zich in te schrijven in het relocatieprogramma van de Europese Unie. Deze relocatie verloopt heel traag. De Europese lidstaten zijn zelfs niet verplicht dit plan uit te voeren, laat staan verantwoording af te leggen over hun beslissing waartegen ook geen beroepsprocedure bestaat, in tegenstelling tot de asielprocedures. Bij een weigering hebben de mensen geen enkel verweer. De meeste mensen in de kampen hebben een eerste interview gekregen, meestal via Skype, in verband met hun relocatie, maar het lijkt erop dat het lang en bang afwachten wordt. De belofte om maandelijks 6.000 mensen in relocatie op te vangen, is voor de meeste lidstaten nog steeds dode letter. In België werden momenteel een 200 vluchtelingen op de beloofde 3.800 overgebracht (eind augustus 2016). Vluchtelingenwerk Vlaanderen spreekt terecht hier over een weinig ambitieuze belofte. Sinds begin juli zijn ongeveer 2.213 mensen relocated vanuit Griekenland naar Europe en 802 in Griekenland resettled. Een bijzonder mager resultaat.