2007 Brouennes

Sesel

Pou nou zoli pei 
Deside pou ou pas servi en sak plastik ozordi, sa pou ede gard Sesel prop e zoli. 
Merci pou ou zefor
Management ‘Terminal Shop’


01 Sesel – deze ochtend is bijzonder

Deze ochtend is bijzonder. Louka is al op en loopt wat zenuwachtig rond in de kamer. Ik kom binnen en we doen ons vertrouwde begroetingsritueel: een zachte ‘goeiemorgen’. We blijven wat hangen, ik met mijn koffie – er is niets meer te eten thuis. Ik voel me triest, hij ook, maar op een andere manier. Plots besef ik wat hij me opnieuw duidelijk maakt: straks vertrekt hij een maand met zijn mama, en daarna zijn wij een maand weg. Hij wil onze laatste momenten zo lang mogelijk rekken. Voor mij is dat moeilijker; ik geef hem meer schik dan zorgeloze ideeën mee. Ons afscheid streelt nog steeds mijn rug, maar straks vertrekt hij zonder mij, voor een maand. Daarna vertrekken wij naar de Seychellen.

Hij is zo lief, hij is zo mooi.
2/7/20210

02 Sesel – Beau Vallon

Ergens in de winter, toen de dagen kort waren en de lucht grijs, vroeg Nora of ik met haar en Sasha mee wilde. De Seychellen, zei ze, alsof het een belofte was. Ik aarzelde—niet zozeer omwille van haar, maar omwille van het idee zelf. Een bestemming kiezen was altijd al een worsteling, alsof je een verkeerde keuze kon maken, alsof vakantie een fout kon zijn. Maar de Seychellen… Dat was nieuw. Dat was een eiland dat ik nog nooit had overwogen, een plek die zich niet aan me had opgedrongen. En toch, Nora’s avontuurlijke geest, die trok me over de streep. Louka werd dertien.


De luchthaven doet denken aan Berchem, maar dan met een landingsbaan die zich als een dunne vinger aan de oceaan uitstrekte. De piloot moet goed opletten. We stappen via een smalle trap uit het vliegtuig, lopen over het asfalt, de warmte tegemoet, naar een hal die meer weg had van een voetbalkantine dan van een luchthaven.

03 Sesel – neven

Louka en Sasha—twee jongens die zichzelf neven noemen, hoewel ze dat niet zijn. Nora kent Louka’s moeder al sinds ze kinderen waren, en zo zijn de ‘neven’ samen opgegroeid, in elkaars leven verweven. Na mijn scheiding bleef ik in contact met Nora, omwille van die band. Nora had een leven geleid dat zich niet liet vatten in eenvoudige woorden: een gemengd huwelijk, België-Marokko, Frank—de liefde van haar leven—die er niet meer was, en een terugkeer naar Europa die meer voelde als een vlucht dan als een keuze. Ze is hard, maar niet kil. Eigenzinnig, maar niet onvriendelijk. Ze heeft een levenslust die je niet kan negeren, een manier van doen alsof de wereld haar niets kan maken, alsof ze alles al gezien heeft en toch nog steeds hongerig is naar meer.

04 Sesel – het land van natuurlijke sculpturen

En nu zijn we hier. Op dit eiland. In een huis van Franse expats, mensen die Nora kent via Eric, een visser die maandenlang op de Indische Oceaan doorbrengt, op jacht naar zalm. Eric en Nora—daar is iets, maar wat precies? Zij lijkt het niet te willen. Ik ken hem amper, maar voel de spanning tussen hen, als een storm die nog niet is losgebarsten. Voor Nora ben ik misschien de afleiding na een maand met Eric. Maar dit is niet de rol die ik wil invullen.


Het huis dat Nora mag gebruiken was kaal en onpersoonlijk, alsof het alleen maar dient als een tijdelijke schuilplaats. De muren zijn blanke doeken, de meubels schaars en functioneel, alsof elk overbodig voorwerp is weggenomen. In de keuken flikkert het kille, witte tl-licht, een schril contrast met de warme avonden buiten. Het lijkt me dat Franse expats die hier woonden, het huis hebben verlaten alsof ze wisten dat ze slechts gasten waren, tijdelijk neergestreken voordat ze terugkeerden naar Parijs en hun echte leven.

05 Sesel – Eric en Nora

De eerste dagen zijn een mengeling van zon, zand en cocktails. Louka en Sasha, onafscheidelijk, genieten van het strand alsof het het enige is wat telt. Maar ik voel me gevangen in een ritme dat niet het mijne is. Ik wil avontuur, niet alleen maar liggen in de zon. Ik wil met Louka zijn, zonder de anderen, zonder de verwachtingen. Ik wil met hem in bussen stappen, zijn verhalen horen, zijn blik zien als hij iets nieuws ontdekt. Nora rijdt overal naartoe in een auto die niet van ons is, langs wegen die zich slingeren door intens groen. We gaan naar het strand, stranden, witte en eindeloze. Zee, blauw en diep. Reuzenschildpadden, traag en majestueus. De stranden liggen bezaaid met kolossale rotsblokken, door de zee geslepen en gevormd, hun ruwe randen gladgestreeld door jaren van zout en branding. Het water heeft ze als een beeldhouwer bewerkt, tot ze staan als sculpturen, gevormd door de eindeloze dans van golven en tijd.


Ik ga alleen op pad. Wandelen. Kinderen tegenkomen. Hun lachen, hun nieuwsgierige blikken. Maar het is niet genoeg.