Tien

Tien, heeft me de stad laten rondlopen. Onze ontmoeting was voor mij bizar. Op zoek naar een treinticket in Delhi is een hele opdracht, zeker als je het voor de eerste keer doet. Ik zit in het International Tourist Bureau als Tien naast me komt zitten. Het wachten duurt tergend lang. Dit lachend vietnamees meisje toert hier al een paar maand rond en dus kent ze beter dan ik de klappen van de zweep. Ze is heel snel van begrip en ze merkt dat ik twee wachtnummers in mijn handen heb. Een ervan was al verlopen, maar ik hoopte dat de loketbediende het toch nog zou aannemen. Tien grist onbeschaamd het ticket uit mijn handen. Ze zal ons beiden zo snel mogelijk laten bedienen en zo komt dat zij als eerste aan de beurt is. Ik stond erbij en ik keek erna. Nu is ze niet zo scrupuleus en ze probeert de bediende uit te leggen dat het eigenlijk nu mijn beurt is, maar daar houdt hij geen rekening mee. Ze blijft met me wachten. Ik val voor haar beslistheid. En zo komt het dat ik een namiddag met haar rondloop in delen van Delphi waar ik nooit zou zijn geweest. Ze wil me het Rode Fort laten ontdekken, maar ze vergist zich van metro en we komen terecht bij iemand ze nog maar pas heeft ontmoet. Een bankbediende en vieren er een verjaardag waarbij de jarige helemaal ingewreven wordt met zijn verjaardagstaart. Ik weet niet goed waar ik terecht ben gekomen. ’s Avonds nemen we afscheid in de metro. Ze weet wat ze wil. Ja, antwoord ze. Ik ben gelukkig met wat ik krijg. Ik krijg ook meestal wat ik wil en zo niet maakt het me niet ongelukkig. Daarna gingen we elk zijn eigen richting weer uit.

Mijn laatste avond vooraleer ik het land intrek in de hoofdstad. Een grootstad laat zich niet makkelijk lezen, daar heb je tijd voor nodig. Ik hou wel van de drukte van Delhi. Van haar kleuren. Ik weet niet waar eerst te kijken.

Mijn trek in het binnenland van Indië begint in Old Dehli Railway Station met zijn vele slapende, wegtrekkende mensen uit de brandende stad. Het station is overgoten met mist, alsof de rook van die brand hier in het station opgeslagen wordt. Iedereen lijkt moe, vermoeid, uitgeblust, maar als ik lacht, krijg ik een lacht terug. Het is heel kil, de nacht sijpelt loom binnen, vele treinen hebben vertraging. Ook ik loop er vermoeid bij, zoekend naar een rustplaats voor de enkel wachturen die voor me liggen. Er zijn geen zitplaatsen in dit station, tenzij bij Mac Donald, alsof zitplaatsen, rustplaatsen een ongekende luxe is. Iedereen slaapt uitgedost in deken op de grond. Waarom verkopen we onze eigenheid zo makkelijk?

May I have your attention, please? klinkt doorlopend tot mijn ergernis toe door de luidsprekers van dit station, maar ik kan amper begrijpen welke trein ze aankondigt. Luistert er eigenlijk wel iemand? Ik vergeet mijn treinticket in de McDonalds. Mijn besef valt pas een half uur later. Dat is een reden als toerist om te panikeren in India, maar het ticket ligt nog steeds op zijn plaats. Er volgen lange wachtende uren vooraleer mijn trein aankomt.

De trein loopt chaotisch vol. Ik wacht rustig af om mijn eigen plaats in te nemen, ik hou niet zozeer van die drukte, maar ervaar ze met een zachte glimlach op mijn gezicht. Als in elk station deze organisatie nodig is dan lopen we inderdaad grote vertragingen op. Langzaam smelt de chaos tot rustige snurkende slapers. Met pijn in mijn hart moet ik een slapende vrouw met kind wakker maken die op mijn slaapplaats ligt. Maar blijkt heeft ze een eigen slaapplaats. Die nacht vries ik bijna dood, ik had geen deken voorzien. De nachten zijn hier ijzig, dit is een vreselijke eerste treinreis. Ik ben onderweg.