Howard

Kunnen we in een verkeerde stad terecht komen? Kunnen we verkeerde mensen tegenkomen? De ijskoude nachttrein met zijn boerende, zuchtende, scheten latende bewoners heeft me onderkoeld. Kinderen die huilen en zingen, venters van “chai”, veters, ritsen en muziek. Het liefst ben ik onderweg, in een wereld van momenten, momenten als nooit terugkerende, eenzame, zeldzame gebeurtenissen. Een moment past zich nooit aan, je komt erin terecht, zonder na te denken en terwijl je je kan afvragen waarom of hoe je erin terecht komt, het moment is er gewoon.

“No pictures”, roept een man me kwaad toe. Ik fotografeer het belabberde plafond van de bus die mij naar mijn volgende bestemming brengt.

“Yes, you can”, zegt een jonge man en ergert zich aan het gedrag van de andere. Wat later steekt de ‘no picture’- man een sigaret op. De jonge man vraag heel moedig om te stoppen, wat eerst geweigerd wordt en vervolgens roept hij “no smoking” waarop de man stopt. Ik heb een busrit van 7 uur achter de rug en ik merk dat ik ze in de verkeerde richting heb genomen, dit is niet de bestemming die vooropgesteld heb.

Pas als ik na zeven uur bus Jaipur binnenrij, besef ik dat ik de verkeerde richting uit ben gereden. Ik ben niet in de blauwe stad, Jodhpur. In mijn haast om de aansluiting van de bus te halen, heb ik het kleine verschil in stadsnamen niet herkend. Ik rij de ‘Pink City’ binnen en ontmoet Howard.

Hier begint een verhaal over vertrouwen. Howard stelt me voor mij te helpen. Hij heeft mijn verwondering opgemerkt en zal me helpen om een ticket voor Jodhpur te vinden. Maar eerst koopt hij bier voor mij en whisky voor zichzelf. Waarom ook niet, het is laat en ik wil een hotel en een treinticket voor Jodhpur. Deze stad is me te groot en te druk. Howard vind al snel iemand die kan helpen. Blijkbaar is het station gesloten en rijden ze me naar een reisbureau, waar ze me een ticket aan 800 roepies aanbieden uitgeprint op een A4. Neen, Howard, zeg ik. Rij me naar het station, ik ga wel zelf op zoek naar een ticket, maar ze rijden me naar een hotel en ze blijven aandringen om het ticket te kopen. Ik weet niet waar ik ben in deze stad. De buurt ziet er nogal ruig uit. Hoe kan ik weten dat dit een officieel ticket is? Een A4-tje zomaar afgedrukt? Al snel sta ik met een tweetal verkoper te discuteren en Howard staat aan de kant toe te kijken. Uiteindelijk stellen ze me voor om me naar het station te rijden. Een klein schrik bevangt me als ik besef dat ik mijn rugzak heb achtergelaten en ik zelf het kaartje met het adres van het hotel niet echt gecontroleerd heb. Ik wou geen westerse achterdocht laten blijken. De beleving word vreemder en vreemder als blijkt dat het station toch open is, het ticket echt, maar viermaal duurder dan een officieel ticket. Ik laat de verkoper van het ticket weten dat ik het ticket niet wil, waarop hij geërgerd wegloopt. En daar sta ik dan in Jaipur, zonder mijn rugzak en geen weet waar mijn hotel zich bevindt. Ik heb gelukkig nog mijn paspoort, mijn bankkaart en mijn zo bemind fototoestel. Ah wat, de rest kan ik hier terug kopen. Maar de moeite die ze doen om mij dit ticket te verkopen is ongelofelijk en plots verschijnt uit het niets mijn begeleider die me terug naar Howard in het hotel brengt. Ik wel wel 300 betalen voor mijn ticket, ze hebben er trouwens voor gewerkt.

Ik vertrouwde Howard en een beetje ontgoocheld zoek ik hem op in zijn kamer. We drinken samen in deze trieste omgeving. Hij wil weg uit dit land. Als christen wordt hij hier niet goed gehandeld. Ik drink bier, hij drinkt whisky, hij drinkt veel. Waarom wou hij me helpen? Waarom kocht hij me bier? Waarom al die moeite terwijl ik vanaf het begin aangaf dat ik nattigheid voelde? Hij lijkt me geen boef? Ik begrijp niet alle details? Was ik naïef?

– Als christenen moeten we elkaar helpen, legt hij me uit. En morgen heb ik een belangrijk examen die er misschien kan voor zorgen dat ik het land verlaten kan. Door jouw te helpen, zal God mij helpen. Hij wil weg uit India, hier is geen godsdienst tolerantie zoals ze willen beweren. Hij moet hier weg en hij word alsmaar meer en meer dronken. Hij is verlief op een Hindoeïstisch meisje, maar dat kan hier niet. Het maakt hem kwaad. India is corrupt, hij wil hier weg. Hij is 33, en toch blijf ik twijfelen. Hij heeft een belangrijk examen morgenochtend en hij drinkt zich te pletter. Hij lijkt me zoals zovelen hier te overleven.

Het liefst ben ik onderweg.