Blikvangers 2025

Herontdekkingen in 2025
Het gaat niet om foto’s van 2025, maar om beelden die ik in 2025 opnieuw ontdek. Dit jaar heb ik besloten al mijn foto’s af te drukken. Daardoor blader ik door oude series, herbekijk beleefde momenten en kies er een aantal uit om hier te delen.

Een jongen speelt met de grove lijnen van een veld, lijnen die ver reiken en zo scherp contrasteren met de beperkte vrijheid van het gesloten centrum in Sterrebeek waar we aan het demonstreren zijn.
Een jongedame aan Flagey, gevangen in drie poses. Ik geef de serie de naam Mens erger je niet – wat ging er door haar hoofd? Dacht ze aan de slapende jongen in een trein, omringd door gekromde vensters? Zijn spiegelbeeld vergroot zijn slaap tot iets monumentaals.

Of aan een familie in de Seychellen, midden in een sloppenwijk. Een kraan die de lucht kleurt en het straatbeeld in twee snijdt, alsof ze een opstap vormt naar de hoge torens van Brussel. Een tweede kraan – misschien omdat ik graag omhoog kijk?
De rokende man ontmoet ik in Helsinki, een tussenstop in mijn reis naar India. Triest, maar mooi in zijn vensterportaal. Ik sprak hem niet, maar hij liet zich fotograferen.

Dan mijn favoriet: de Zuidtoren, gezien vanaf Kappelen in Brussel. Graffiti op de omheining tekent lijnen die de torens nog verder opdelen in verdiepingen. En dat gevonden kader in de kelder van mijn gebouw: Hitler tussen het grof vuil. Wie hield dit bij? Was het een geschenk? Veranderde de eigenaar van gedachte? Vindt hij hier uiteindelijk zijn plaats – tussen het afval?

De oude dame in Brugge laat het aan haar voorbijgaan, genietend van haar moment voor het huis, kijkend naar voorbijgangers. Zoals de jonge vader met zijn zoon, samen de oceaan aanschouwend. Voor hem was het de eerste keer dat hij de andere kant van zijn eiland zag.
De vele kinderen op dezelfde reis naar de Seychellen – een brug naar mijn wereld.

Een wereld met sporen en treinen waardoor ik wandel, zoals deze man in Bulgarije of de wachtende man in het Noordstation. In rechte lijn door de Ardennen.
De vele daklozen in Brussel blijven mijn dagelijks beeld bepalen, in schril contrast met de jonge vrouw hoog boven iedereen, zonnebril, zelfverzekerd.

Een beeld uit Texas dat me terugbrengt naar een bevreemdende muur met een vendingmachine in het station van Jemelle en een verhaal uit Polen. Een ontmoeting na de val van de muur, een eenzame Coca-Cola-automaat in een sombere gelagzaal. “Deze brengt nu tenminste wat kleur,” vertelde iemand me.

En tenslotte: een zetel langs een verlaten weg in het binnenland van Spanje. Zou hier soms iemand wachten op een bus? Om gladiolen te kopen in de stad – roze, niet Sarahs lievelingskleur, maar wel haar geboortebloem.

06 – De kinderen zijn de poort naar contact

Na een tweetal weken komen een aantal jong volwassenen schoorvoetend af op mijn jongleer en acro atelier. Ik merk direct wie de eerste pas in de groep heeft gezet. Het is fijn om wat oudere jongeren te ontmoeten en ze genieten met volle teugen van de evenwichtsoefeningen die ik hen samen laat doen. Er wordt veel gelachen. Ik vraag Iona of we deze jongeren niet iets anders dan voetbal kunnen aanbieden. Het is hun doelgroep niet. Maar neem ze mee uit in de stad, zegt ze me. Mag ik dat? Ik nodig Abed en zijn neven uit voor een aangename uitstap, een wandeling in Thessaloniki. Nu ik dit neerpen, besef ik dat ik weinig weet over deze jonge man. Ik heb hem toen weinig vragen gesteld. Hij is uiteindelijk in Ireland terecht gekomen, bij familieleden.

Vrijwilligershulp ontstaat daar waar overheden tekortschieten. Velen komen hier in Thessaloniki aan voor een vakantie en besteden een week aan vrijwilligershulp. De vele oproepen via Facebook en websites liegen er niet om, er veel nood aan hulp. Maar de organisaties kunnen dit niet duurzaam uitwerken met het grote verloop van deze jonge mensen, die ook niet professioneel opgeleid zijn. Ook al merk je dat het de kinderen veel deugd doet.

Er heerst veel stress onder de kinderen. Bij de volwassen merk je depressie en ontmoediging. Niet altijd kunnen we de grote groep kinderen aan. Hoe voel het aan als ouder om dagelijks je kind geknuffeld te zien door steeds weer andere vrijwilligers, terwijl jezelf in een uitzichtloze situatie zit te wachten? De grote afwezigheid van de ouders is flagrant.

Op een van mijn wandelnamiddagen in Thessaloniki kom ik langs een speeltuin waar kinderen aan het voetballen zijn. Ik ben blij dat ze samen spelen. Niet voor het voetbal, maar voor de gemengde teams: jongens en meisjes. Bovendien houdt dit mijn gedachten bezig bij het lezen van dit boek over seksisme dat ik bij Antigone heb gevonden. Wat verderop merk ik een groep mensen op in een park. Ze zitten niet zomaar te picknicken. Ze slapen in het park. Ik ga langzaam op hen af. De kinderen zijn de poort naar contact. Ik blijf de namiddag met hen rondhangen in het park. Ze wachten de nacht af. Een taxi komt hen deze avond ophalen en zal hen de grens overbrengen. Dit is de derde keer dat ze het proberen. Hoeveel heeft dat gekost? Maar ik stel de vraag niet. Het zijn twee families. Ze willen naar Duitsland. Een rustige namiddag waar we samen zitten in het park, ik af en toe wat met de kinderen speel. Zij me hun plannen uitleggen. We wat eenvoudige persoonlijke informatie uitwisselen. Getrouwd? Waar kom je vandaan? We drinken thee. Ze leefden welgesteld in Afghanistan. Nu leven ze hier op straat. Ik wens hen veel geluk toe. Ik wuif ze uit.
De volgende dag kom ik terug langs het park. Ze zijn verdwenen.