De heenreis van onze uitstap naar Praislin verloopt soepel. We zitten op gestapelde dozen midden tussen de lading, de enige passagiers op een schip dat eigenlijk alleen bedoeld is voor vracht. Het eiland dat we aandoen, verkennen we per fiets, en even lijkt alles perfect. Maar op de terugweg slaat het weer om. De hemel betrekt, de wind steekt op, en al snel zitten we midden in een storm. Pikdonker. Golven beuken tegen de boot, die niet afgesloten is – het water stroomt naar binnen, koud en ongenadig. Louka wordt misselijk, doodsbang, en probeert zich onder de banken te verstoppen, maar dat is levensgevaarlijk met al dat woeste water dat door de boot spoelt. De schipper, zelf druk bezig om het vaartuig onder controle te houden, kan ons amper helpen. Zijn kalmte is het enige wat me geruststelde. Ik trek Louka tegen me aan, hou hem vast terwijl de boot als een kurk op de golven danst. Elke minuut voelt als een eeuwigheid. We weten allebei: dit zal nog uren duren.
18 Sesel – Praislin
De heenreis van onze uitstap naar Praislin verloopt soepel. We zitten op gestapelde dozen midden tussen de lading, de enige passagiers op een schip dat eigenlijk alleen bedoeld is voor vracht. Het eiland dat we aandoen, verkennen we per fiets, en even lijkt alles perfect. Maar op de terugweg slaat het weer om. De hemel betrekt, de wind steekt op, en al snel zitten we midden in een storm. Pikdonker. Golven beuken tegen de boot, die niet afgesloten is – het water stroomt naar binnen, koud en ongenadig. Louka wordt misselijk, doodsbang, en probeert zich onder de banken te verstoppen, maar dat is levensgevaarlijk met al dat woeste water dat door de boot spoelt. De schipper, zelf druk bezig om het vaartuig onder controle te houden, kan ons amper helpen. Zijn kalmte is het enige wat me geruststelde. Ik trek Louka tegen me aan, hou hem vast terwijl de boot als een kurk op de golven danst. Elke minuut voelt als een eeuwigheid. We weten allebei: dit zal nog uren duren.