Louka wil één prijsbezit meenemen naar Brussel: zijn golfplank, zijn trouwe metgezel in de golven, zijn symbool van vrijheid op dat eiland. In de luchthaven hebben we hem hem zorgvuldig met plastic aan zijn rugzak gebonden, als een kostbare schat die we naar Brussel moeten smokkelen. Maar ergens tussen het inchecken en het opstijgen is hij losgeraakt, verdwenen in de anonimiteit van de luchthaven. Toen Louka het beseft, zie ik de teleurstelling in zijn ogen – niet zozeer om het voorwerp zelf, maar om wat het had betekend: zijn tastbare herinnering aan die weken, zijn stukje eiland dat hij heeft willen meedragen. Nu is het weg, opgeslokt door de reis zelf, alsof het eiland ons nog één laatste les wil leren: dat je sommige dingen gewoon moet loslaten.
17 Sesel – het verloren prijsbezit