Ik wil het eiland te voet doorkruisen. Niet langs de kust, maar door het binnenland, waar het groen zo dicht is dat het lijkt alsof je erin kan verdwijnen. De jongeman stelt voor om mee te gaan, met zijn zoon en zijn vrouw. We doen het. Een wandeling, niet lang, want het eiland is klein. Zijn zoon kijkt op naar Louka, wil naast hem lopen, met hem praten, alsof Louka iets heeft wat hij zelf niet bezat. Louka, een beetje geƫrgerd, krijgt er een punthoofd van.
11 Sesel – le zoli pei
Ik wil het eiland te voet doorkruisen. Niet langs de kust, maar door het binnenland, waar het groen zo dicht is dat het lijkt alsof je erin kan verdwijnen. De jongeman stelt voor om mee te gaan, met zijn zoon en zijn vrouw. We doen het. Een wandeling, niet lang, want het eiland is klein. Zijn zoon kijkt op naar Louka, wil naast hem lopen, met hem praten, alsof Louka iets heeft wat hij zelf niet bezat. Louka, een beetje geƫrgerd, krijgt er een punthoofd van.