People in action

Gedachten zijn niet onschuldig. Hebben we niet de neiging te denken dat onze onuitgesproken gedachten enkel ons toebehoren en geen uitweg vinden? Borrelen ze enkel in de afgesloten ruimte van ons hoofd? Kennen we het leven dat een gedachte leidt? Tobo zat op een terras, met een glas bier, voor zich uit te staren. Daar zat hij nu al een halfuur zonder zijn glas aan te raken. Het bier had zijn frisse glorie verloren. Het schuim verdween naarmate zijn gedachte langzaam vorm kreeg. Waar dacht hij aan? Zat hij te piekeren op één enkele gedachte of zocht hij de rode draad tussen een veelheid van losse flarden, die hem wanhopig deden vermoeden dat hij niet goed bij zijn hoofd was? Hij leek zo ernstig dat zijn bezigheid iets dramatisch kreeg. Hij sloeg zijn handen voor het hoofd, alsof hij een bepaalde expressie voor de wereld wou afdekken. Of was het een slechte roes waaruit hij wakker werd? Zijn hoofd begon pijn aan te voelen, zoals kloten in een te kleine broek. Hij keek naar de mensen rondom hem. Hun handelingen probeerde hij vaak te vatten, te fotograferen. Dat bracht hem rust, alsof zijn gedachte besloot de wereld in te trekken via zijn ogen. Wie zou zijn gedachten oppikken?